De of het ontwortelen?
Het ontwortelen
Is het de of het ontwortelen
In de Nederlandse taal gebruiken wij het ontwortelen.
Elke dag een e-mail ontvangen met de oefening?
English: uproot
Deutsch: entwurzeln | Bekijk of het der of die entwurzeln is.
Français: déraciner | Bekijk of het Le o La déraciner is.
Jou of jouw: jouw ontwortelen
Buigings-e:
Mooi of mooie ontwortelen
Groot of grote ontwortelen
Half of halve ontwortelen
Grappig of grappige ontwortelen
Leeg of lege ontwortelen
leuk of leuke ontwortelen
Vet of vette ontwortelen
Snel of snelle ontwortelen
Wit of witte ontwortelen
Klein of kleine ontwortelen
Rood of rode ontwortelen
Dik of dikke ontwortelen
Oud of oude ontwortelen
Goed of goede ontwortelen
Wat rijmt er op ontwortelen
Elk of elke: Elk ontwortelen
Aanwijzend voornaamwoord: Dat ontwortelen
Bezittelijk voornaamwoord: Ons ontwortelen
Wat rijmt er op ontwortelen
Buigings-e:
Mooi of mooie ontwortelen
Groot of grote ontwortelen
Half of halve ontwortelen
Grappig of grappige ontwortelen
Leeg of lege ontwortelen
leuk of leuke ontwortelen
Vet of vette ontwortelen
Snel of snelle ontwortelen
Wit of witte ontwortelen
Klein of kleine ontwortelen
Rood of rode ontwortelen
Dik of dikke ontwortelen
Oud of oude ontwortelen
Goed of goede ontwortelen
Wat rijmt er op ontwortelen
Elk of elke: Elk ontwortelen
Aanwijzend voornaamwoord: Dat ontwortelen
Bezittelijk voornaamwoord: Ons ontwortelen
Wat rijmt er op ontwortelen
Oefening van de dag



