De of het opbouwwerk?
Het opbouwwerk
Is het de of het opbouwwerk
In de Nederlandse taal gebruiken wij het opbouwwerk.

Elke dag een e-mail ontvangen met de oefening?
English: community work
Deutsch: Gemeindearbeit | Bekijk of het der of die Gemeindearbeit is.
Français: travail communautaire | Bekijk of het Le o La travail communautaire is.
Jou of jouw: jouw opbouwwerk
Buigings-e:
Mooi of mooie opbouwwerk
Groot of grote opbouwwerk
Half of halve opbouwwerk
Grappig of grappige opbouwwerk
Leeg of lege opbouwwerk
leuk of leuke opbouwwerk
Vet of vette opbouwwerk
Snel of snelle opbouwwerk
Wit of witte opbouwwerk
Klein of kleine opbouwwerk
Rood of rode opbouwwerk
Dik of dikke opbouwwerk
Oud of oude opbouwwerk
Goed of goede opbouwwerk
Wat rijmt er op opbouwwerk
Elk of elke: Elk opbouwwerk
Aanwijzend voornaamwoord: Dat opbouwwerk
Bezittelijk voornaamwoord: Ons opbouwwerk
Wat rijmt er op opbouwwerk
Buigings-e:
Mooi of mooie opbouwwerk
Groot of grote opbouwwerk
Half of halve opbouwwerk
Grappig of grappige opbouwwerk
Leeg of lege opbouwwerk
leuk of leuke opbouwwerk
Vet of vette opbouwwerk
Snel of snelle opbouwwerk
Wit of witte opbouwwerk
Klein of kleine opbouwwerk
Rood of rode opbouwwerk
Dik of dikke opbouwwerk
Oud of oude opbouwwerk
Goed of goede opbouwwerk
Wat rijmt er op opbouwwerk
Elk of elke: Elk opbouwwerk
Aanwijzend voornaamwoord: Dat opbouwwerk
Bezittelijk voornaamwoord: Ons opbouwwerk
Wat rijmt er op opbouwwerk
Oefening van de dag



