De of het oud-deken?
Het oud-deken
Is het de of het oud-deken
In de Nederlandse taal gebruiken wij het oud-deken.
Elke dag een e-mail ontvangen met de oefening?
English: former dean
Deutsch: ehemaliger Dekan | Bekijk of het der of die ehemaliger Dekan is.
Français: ancien doyen | Bekijk of het Le o La ancien doyen is.
Jou of jouw: jouw oud-deken
Buigings-e:
Mooi of mooie oud-deken
Groot of grote oud-deken
Half of halve oud-deken
Grappig of grappige oud-deken
Leeg of lege oud-deken
leuk of leuke oud-deken
Vet of vette oud-deken
Snel of snelle oud-deken
Wit of witte oud-deken
Klein of kleine oud-deken
Rood of rode oud-deken
Dik of dikke oud-deken
Oud of oude oud-deken
Goed of goede oud-deken
Wat rijmt er op oud-deken
Elk of elke: Elk oud-deken
Aanwijzend voornaamwoord: Dat oud-deken
Bezittelijk voornaamwoord: Ons oud-deken
Wat rijmt er op oud-deken
Buigings-e:
Mooi of mooie oud-deken
Groot of grote oud-deken
Half of halve oud-deken
Grappig of grappige oud-deken
Leeg of lege oud-deken
leuk of leuke oud-deken
Vet of vette oud-deken
Snel of snelle oud-deken
Wit of witte oud-deken
Klein of kleine oud-deken
Rood of rode oud-deken
Dik of dikke oud-deken
Oud of oude oud-deken
Goed of goede oud-deken
Wat rijmt er op oud-deken
Elk of elke: Elk oud-deken
Aanwijzend voornaamwoord: Dat oud-deken
Bezittelijk voornaamwoord: Ons oud-deken
Wat rijmt er op oud-deken
Oefening van de dag



