De of het ovenhandschoen?
De ovenhandschoen
Is het de of het ovenhandschoen
In de Nederlandse taal gebruiken wij de ovenhandschoen.
Elke dag een e-mail ontvangen met de oefening?
English: oven glove
Deutsch: ofenhandschuh | Bekijk of het der of die ofenhandschuh is.
Français: mitaine de four | Bekijk of het Le o La mitaine de four is.
Jou of jouw: jouw ovenhandschoen
Buigings-e:
Mooi of mooie ovenhandschoen
Groot of grote ovenhandschoen
Half of halve ovenhandschoen
Grappig of grappige ovenhandschoen
Leeg of lege ovenhandschoen
leuk of leuke ovenhandschoen
Vet of vette ovenhandschoen
Snel of snelle ovenhandschoen
Wit of witte ovenhandschoen
Klein of kleine ovenhandschoen
Rood of rode ovenhandschoen
Dik of dikke ovenhandschoen
Oud of oude ovenhandschoen
Goed of goede ovenhandschoen
Wat rijmt er op ovenhandschoen
Elk of elke: Elke ovenhandschoen
Aanwijzend voornaamwoord: Die ovenhandschoen
Bezittelijk voornaamwoord: Onze ovenhandschoen
Wat rijmt er op ovenhandschoen
Buigings-e:
Mooi of mooie ovenhandschoen
Groot of grote ovenhandschoen
Half of halve ovenhandschoen
Grappig of grappige ovenhandschoen
Leeg of lege ovenhandschoen
leuk of leuke ovenhandschoen
Vet of vette ovenhandschoen
Snel of snelle ovenhandschoen
Wit of witte ovenhandschoen
Klein of kleine ovenhandschoen
Rood of rode ovenhandschoen
Dik of dikke ovenhandschoen
Oud of oude ovenhandschoen
Goed of goede ovenhandschoen
Wat rijmt er op ovenhandschoen
Elk of elke: Elke ovenhandschoen
Aanwijzend voornaamwoord: Die ovenhandschoen
Bezittelijk voornaamwoord: Onze ovenhandschoen
Wat rijmt er op ovenhandschoen
Oefening van de dag



