De of het overnaching?
De overnaching
Is het de of het overnaching
In de Nederlandse taal gebruiken wij de overnaching.
Elke dag een e-mail ontvangen met de oefening?
English: overnight stay
Jou of jouw: jouw overnaching
Buigings-e:
Mooi of mooie overnaching
Groot of grote overnaching
Half of halve overnaching
Grappig of grappige overnaching
Leeg of lege overnaching
leuk of leuke overnaching
Vet of vette overnaching
Snel of snelle overnaching
Wit of witte overnaching
Klein of kleine overnaching
Rood of rode overnaching
Dik of dikke overnaching
Oud of oude overnaching
Goed of goede overnaching
Wat rijmt er op overnaching
Elk of elke: Elke overnaching
Aanwijzend voornaamwoord: Die overnaching
Bezittelijk voornaamwoord: Onze overnaching
Wat rijmt er op overnaching
Buigings-e:
Mooi of mooie overnaching
Groot of grote overnaching
Half of halve overnaching
Grappig of grappige overnaching
Leeg of lege overnaching
leuk of leuke overnaching
Vet of vette overnaching
Snel of snelle overnaching
Wit of witte overnaching
Klein of kleine overnaching
Rood of rode overnaching
Dik of dikke overnaching
Oud of oude overnaching
Goed of goede overnaching
Wat rijmt er op overnaching
Elk of elke: Elke overnaching
Aanwijzend voornaamwoord: Die overnaching
Bezittelijk voornaamwoord: Onze overnaching
Wat rijmt er op overnaching
Oefening van de dag



