De of het overslapen?
Het overslapen
Is het de of het overslapen
In de Nederlandse taal gebruiken wij het overslapen.
Elke dag een e-mail ontvangen met de oefening?
English: pass the night
Deutsch: passieren die Nacht | Bekijk of het der of die passieren die Nacht is.
Français: passer la nuit | Bekijk of het Le o La passer la nuit is.
Jou of jouw: jouw overslapen
Buigings-e:
Mooi of mooie overslapen
Groot of grote overslapen
Half of halve overslapen
Grappig of grappige overslapen
Leeg of lege overslapen
leuk of leuke overslapen
Vet of vette overslapen
Snel of snelle overslapen
Wit of witte overslapen
Klein of kleine overslapen
Rood of rode overslapen
Dik of dikke overslapen
Oud of oude overslapen
Goed of goede overslapen
Wat rijmt er op overslapen
Elk of elke: Elk overslapen
Aanwijzend voornaamwoord: Dat overslapen
Bezittelijk voornaamwoord: Ons overslapen
Wat rijmt er op overslapen
Buigings-e:
Mooi of mooie overslapen
Groot of grote overslapen
Half of halve overslapen
Grappig of grappige overslapen
Leeg of lege overslapen
leuk of leuke overslapen
Vet of vette overslapen
Snel of snelle overslapen
Wit of witte overslapen
Klein of kleine overslapen
Rood of rode overslapen
Dik of dikke overslapen
Oud of oude overslapen
Goed of goede overslapen
Wat rijmt er op overslapen
Elk of elke: Elk overslapen
Aanwijzend voornaamwoord: Dat overslapen
Bezittelijk voornaamwoord: Ons overslapen
Wat rijmt er op overslapen
Oefening van de dag



