De of het pinksterenfeest?
Het pinksterenfeest
Is het de of het pinksterenfeest
In de Nederlandse taal gebruiken wij het pinksterenfeest.
Elke dag een e-mail ontvangen met de oefening?
English: Pentecost feast
Jou of jouw: jouw pinksterenfeest
Buigings-e:
Mooi of mooie pinksterenfeest
Groot of grote pinksterenfeest
Half of halve pinksterenfeest
Grappig of grappige pinksterenfeest
Leeg of lege pinksterenfeest
leuk of leuke pinksterenfeest
Vet of vette pinksterenfeest
Snel of snelle pinksterenfeest
Wit of witte pinksterenfeest
Klein of kleine pinksterenfeest
Rood of rode pinksterenfeest
Dik of dikke pinksterenfeest
Oud of oude pinksterenfeest
Goed of goede pinksterenfeest
Wat rijmt er op pinksterenfeest
Elk of elke: Elk pinksterenfeest
Aanwijzend voornaamwoord: Dat pinksterenfeest
Bezittelijk voornaamwoord: Ons pinksterenfeest
Wat rijmt er op pinksterenfeest
Buigings-e:
Mooi of mooie pinksterenfeest
Groot of grote pinksterenfeest
Half of halve pinksterenfeest
Grappig of grappige pinksterenfeest
Leeg of lege pinksterenfeest
leuk of leuke pinksterenfeest
Vet of vette pinksterenfeest
Snel of snelle pinksterenfeest
Wit of witte pinksterenfeest
Klein of kleine pinksterenfeest
Rood of rode pinksterenfeest
Dik of dikke pinksterenfeest
Oud of oude pinksterenfeest
Goed of goede pinksterenfeest
Wat rijmt er op pinksterenfeest
Elk of elke: Elk pinksterenfeest
Aanwijzend voornaamwoord: Dat pinksterenfeest
Bezittelijk voornaamwoord: Ons pinksterenfeest
Wat rijmt er op pinksterenfeest
Oefening van de dag



