De of het polieren?
Het polieren
Is het de of het polieren
In de Nederlandse taal gebruiken wij het polieren.
Elke dag een e-mail ontvangen met de oefening?
English: polishing
Deutsch: Politur | Bekijk of het der of die Politur is.
Français: polonais | Bekijk of het Le o La polonais is.
Jou of jouw: jouw polieren
Buigings-e:
Mooi of mooie polieren
Groot of grote polieren
Half of halve polieren
Grappig of grappige polieren
Leeg of lege polieren
leuk of leuke polieren
Vet of vette polieren
Snel of snelle polieren
Wit of witte polieren
Klein of kleine polieren
Rood of rode polieren
Dik of dikke polieren
Oud of oude polieren
Goed of goede polieren
Wat rijmt er op polieren
Elk of elke: Elk polieren
Aanwijzend voornaamwoord: Dat polieren
Bezittelijk voornaamwoord: Ons polieren
Wat rijmt er op polieren
spoliëren -
Buigings-e:
Mooi of mooie polieren
Groot of grote polieren
Half of halve polieren
Grappig of grappige polieren
Leeg of lege polieren
leuk of leuke polieren
Vet of vette polieren
Snel of snelle polieren
Wit of witte polieren
Klein of kleine polieren
Rood of rode polieren
Dik of dikke polieren
Oud of oude polieren
Goed of goede polieren
Wat rijmt er op polieren
Elk of elke: Elk polieren
Aanwijzend voornaamwoord: Dat polieren
Bezittelijk voornaamwoord: Ons polieren
Wat rijmt er op polieren
spoliëren -
Oefening van de dag



