De of het polysacharide?
De polysacharide
Is het de of het polysacharide
In de Nederlandse taal gebruiken wij de polysacharide.

Elke dag een e-mail ontvangen met de oefening?
English: polysaccharide
Jou of jouw: jouw polysacharide
Buigings-e:
Mooi of mooie polysacharide
Groot of grote polysacharide
Half of halve polysacharide
Grappig of grappige polysacharide
Leeg of lege polysacharide
leuk of leuke polysacharide
Vet of vette polysacharide
Snel of snelle polysacharide
Wit of witte polysacharide
Klein of kleine polysacharide
Rood of rode polysacharide
Dik of dikke polysacharide
Oud of oude polysacharide
Goed of goede polysacharide
Wat rijmt er op polysacharide
Elk of elke: Elke polysacharide
Aanwijzend voornaamwoord: Die polysacharide
Bezittelijk voornaamwoord: Onze polysacharide
Wat rijmt er op polysacharide
Buigings-e:
Mooi of mooie polysacharide
Groot of grote polysacharide
Half of halve polysacharide
Grappig of grappige polysacharide
Leeg of lege polysacharide
leuk of leuke polysacharide
Vet of vette polysacharide
Snel of snelle polysacharide
Wit of witte polysacharide
Klein of kleine polysacharide
Rood of rode polysacharide
Dik of dikke polysacharide
Oud of oude polysacharide
Goed of goede polysacharide
Wat rijmt er op polysacharide
Elk of elke: Elke polysacharide
Aanwijzend voornaamwoord: Die polysacharide
Bezittelijk voornaamwoord: Onze polysacharide
Wat rijmt er op polysacharide
Oefening van de dag



