De of het postgebouw?
Het postgebouw
Is het de of het postgebouw
In de Nederlandse taal gebruiken wij het postgebouw.
Elke dag een e-mail ontvangen met de oefening?
English: Post Office
Deutsch: Bahnhofsgebäude | Bekijk of het der of die Bahnhofsgebäude is.
Français: bâtiment de la gare | Bekijk of het Le o La bâtiment de la gare is.
Jou of jouw: jouw postgebouw
Buigings-e:
Mooi of mooie postgebouw
Groot of grote postgebouw
Half of halve postgebouw
Grappig of grappige postgebouw
Leeg of lege postgebouw
leuk of leuke postgebouw
Vet of vette postgebouw
Snel of snelle postgebouw
Wit of witte postgebouw
Klein of kleine postgebouw
Rood of rode postgebouw
Dik of dikke postgebouw
Oud of oude postgebouw
Goed of goede postgebouw
Wat rijmt er op postgebouw
Elk of elke: Elk postgebouw
Aanwijzend voornaamwoord: Dat postgebouw
Bezittelijk voornaamwoord: Ons postgebouw
Wat rijmt er op postgebouw
Buigings-e:
Mooi of mooie postgebouw
Groot of grote postgebouw
Half of halve postgebouw
Grappig of grappige postgebouw
Leeg of lege postgebouw
leuk of leuke postgebouw
Vet of vette postgebouw
Snel of snelle postgebouw
Wit of witte postgebouw
Klein of kleine postgebouw
Rood of rode postgebouw
Dik of dikke postgebouw
Oud of oude postgebouw
Goed of goede postgebouw
Wat rijmt er op postgebouw
Elk of elke: Elk postgebouw
Aanwijzend voornaamwoord: Dat postgebouw
Bezittelijk voornaamwoord: Ons postgebouw
Wat rijmt er op postgebouw
Oefening van de dag



