De of het protocolleren?
Het protocolleren
Is het de of het protocolleren
In de Nederlandse taal gebruiken wij het protocolleren.
Elke dag een e-mail ontvangen met de oefening?
English: protocol learning
Deutsch: Protokoll lernen | Bekijk of het der of die Protokoll lernen is.
Français: Protocole apprendre | Bekijk of het Le o La Protocole apprendre is.
Jou of jouw: jouw protocolleren
Buigings-e:
Mooi of mooie protocolleren
Groot of grote protocolleren
Half of halve protocolleren
Grappig of grappige protocolleren
Leeg of lege protocolleren
leuk of leuke protocolleren
Vet of vette protocolleren
Snel of snelle protocolleren
Wit of witte protocolleren
Klein of kleine protocolleren
Rood of rode protocolleren
Dik of dikke protocolleren
Oud of oude protocolleren
Goed of goede protocolleren
Wat rijmt er op protocolleren
Elk of elke: Elk protocolleren
Aanwijzend voornaamwoord: Dat protocolleren
Bezittelijk voornaamwoord: Ons protocolleren
Wat rijmt er op protocolleren
Buigings-e:
Mooi of mooie protocolleren
Groot of grote protocolleren
Half of halve protocolleren
Grappig of grappige protocolleren
Leeg of lege protocolleren
leuk of leuke protocolleren
Vet of vette protocolleren
Snel of snelle protocolleren
Wit of witte protocolleren
Klein of kleine protocolleren
Rood of rode protocolleren
Dik of dikke protocolleren
Oud of oude protocolleren
Goed of goede protocolleren
Wat rijmt er op protocolleren
Elk of elke: Elk protocolleren
Aanwijzend voornaamwoord: Dat protocolleren
Bezittelijk voornaamwoord: Ons protocolleren
Wat rijmt er op protocolleren
Oefening van de dag



