De of het regeerperiode?
De regeerperiode
Is het de of het regeerperiode
In de Nederlandse taal gebruiken wij de regeerperiode.
Elke dag een e-mail ontvangen met de oefening?
English: reign
Deutsch: herrschen | Bekijk of het der of die herrschen is.
Français: régner | Bekijk of het Le o La régner is.
Jou of jouw: jouw regeerperiode
Buigings-e:
Mooi of mooie regeerperiode
Groot of grote regeerperiode
Half of halve regeerperiode
Grappig of grappige regeerperiode
Leeg of lege regeerperiode
leuk of leuke regeerperiode
Vet of vette regeerperiode
Snel of snelle regeerperiode
Wit of witte regeerperiode
Klein of kleine regeerperiode
Rood of rode regeerperiode
Dik of dikke regeerperiode
Oud of oude regeerperiode
Goed of goede regeerperiode
Wat rijmt er op regeerperiode
Elk of elke: Elke regeerperiode
Aanwijzend voornaamwoord: Die regeerperiode
Bezittelijk voornaamwoord: Onze regeerperiode
Wat rijmt er op regeerperiode
Buigings-e:
Mooi of mooie regeerperiode
Groot of grote regeerperiode
Half of halve regeerperiode
Grappig of grappige regeerperiode
Leeg of lege regeerperiode
leuk of leuke regeerperiode
Vet of vette regeerperiode
Snel of snelle regeerperiode
Wit of witte regeerperiode
Klein of kleine regeerperiode
Rood of rode regeerperiode
Dik of dikke regeerperiode
Oud of oude regeerperiode
Goed of goede regeerperiode
Wat rijmt er op regeerperiode
Elk of elke: Elke regeerperiode
Aanwijzend voornaamwoord: Die regeerperiode
Bezittelijk voornaamwoord: Onze regeerperiode
Wat rijmt er op regeerperiode
Oefening van de dag



