De of het reispapieren?
Het reispapieren
Is het de of het reispapieren
In de Nederlandse taal gebruiken wij het reispapieren.
Elke dag een e-mail ontvangen met de oefening?
English: travel documents
Deutsch: Reisedokumente | Bekijk of het der of die Reisedokumente is.
Français: documents de voyage | Bekijk of het Le o La documents de voyage is.
Jou of jouw: jouw reispapieren
Buigings-e:
Mooi of mooie reispapieren
Groot of grote reispapieren
Half of halve reispapieren
Grappig of grappige reispapieren
Leeg of lege reispapieren
leuk of leuke reispapieren
Vet of vette reispapieren
Snel of snelle reispapieren
Wit of witte reispapieren
Klein of kleine reispapieren
Rood of rode reispapieren
Dik of dikke reispapieren
Oud of oude reispapieren
Goed of goede reispapieren
Wat rijmt er op reispapieren
Elk of elke: Elk reispapieren
Aanwijzend voornaamwoord: Dat reispapieren
Bezittelijk voornaamwoord: Ons reispapieren
Wat rijmt er op reispapieren
uitreispapieren -
Buigings-e:
Mooi of mooie reispapieren
Groot of grote reispapieren
Half of halve reispapieren
Grappig of grappige reispapieren
Leeg of lege reispapieren
leuk of leuke reispapieren
Vet of vette reispapieren
Snel of snelle reispapieren
Wit of witte reispapieren
Klein of kleine reispapieren
Rood of rode reispapieren
Dik of dikke reispapieren
Oud of oude reispapieren
Goed of goede reispapieren
Wat rijmt er op reispapieren
Elk of elke: Elk reispapieren
Aanwijzend voornaamwoord: Dat reispapieren
Bezittelijk voornaamwoord: Ons reispapieren
Wat rijmt er op reispapieren
uitreispapieren -
Oefening van de dag



