De of het rijksmiddelen?
Het rijksmiddelen
Is het de of het rijksmiddelen
In de Nederlandse taal gebruiken wij het rijksmiddelen.
Elke dag een e-mail ontvangen met de oefening?
English: government funds
Deutsch: Staatsfonds | Bekijk of het der of die Staatsfonds is.
Français: fonds publics | Bekijk of het Le o La fonds publics is.
Jou of jouw: jouw rijksmiddelen
Buigings-e:
Mooi of mooie rijksmiddelen
Groot of grote rijksmiddelen
Half of halve rijksmiddelen
Grappig of grappige rijksmiddelen
Leeg of lege rijksmiddelen
leuk of leuke rijksmiddelen
Vet of vette rijksmiddelen
Snel of snelle rijksmiddelen
Wit of witte rijksmiddelen
Klein of kleine rijksmiddelen
Rood of rode rijksmiddelen
Dik of dikke rijksmiddelen
Oud of oude rijksmiddelen
Goed of goede rijksmiddelen
Wat rijmt er op rijksmiddelen
Elk of elke: Elk rijksmiddelen
Aanwijzend voornaamwoord: Dat rijksmiddelen
Bezittelijk voornaamwoord: Ons rijksmiddelen
Wat rijmt er op rijksmiddelen
Buigings-e:
Mooi of mooie rijksmiddelen
Groot of grote rijksmiddelen
Half of halve rijksmiddelen
Grappig of grappige rijksmiddelen
Leeg of lege rijksmiddelen
leuk of leuke rijksmiddelen
Vet of vette rijksmiddelen
Snel of snelle rijksmiddelen
Wit of witte rijksmiddelen
Klein of kleine rijksmiddelen
Rood of rode rijksmiddelen
Dik of dikke rijksmiddelen
Oud of oude rijksmiddelen
Goed of goede rijksmiddelen
Wat rijmt er op rijksmiddelen
Elk of elke: Elk rijksmiddelen
Aanwijzend voornaamwoord: Dat rijksmiddelen
Bezittelijk voornaamwoord: Ons rijksmiddelen
Wat rijmt er op rijksmiddelen
Oefening van de dag



