De of het risicodekking?
De risicodekking
Is het de of het risicodekking
In de Nederlandse taal gebruiken wij de risicodekking.
Elke dag een e-mail ontvangen met de oefening?
English: risk coverage
Deutsch: Risikoabsicherung | Bekijk of het der of die Risikoabsicherung is.
Français: couverture des risques | Bekijk of het Le o La couverture des risques is.
Jou of jouw: jouw risicodekking
Buigings-e:
Mooi of mooie risicodekking
Groot of grote risicodekking
Half of halve risicodekking
Grappig of grappige risicodekking
Leeg of lege risicodekking
leuk of leuke risicodekking
Vet of vette risicodekking
Snel of snelle risicodekking
Wit of witte risicodekking
Klein of kleine risicodekking
Rood of rode risicodekking
Dik of dikke risicodekking
Oud of oude risicodekking
Goed of goede risicodekking
Wat rijmt er op risicodekking
Elk of elke: Elke risicodekking
Aanwijzend voornaamwoord: Die risicodekking
Bezittelijk voornaamwoord: Onze risicodekking
Wat rijmt er op risicodekking
overlijderisicodekking - overlijdenrisicodekking - overlijdensrisicodekking -
Buigings-e:
Mooi of mooie risicodekking
Groot of grote risicodekking
Half of halve risicodekking
Grappig of grappige risicodekking
Leeg of lege risicodekking
leuk of leuke risicodekking
Vet of vette risicodekking
Snel of snelle risicodekking
Wit of witte risicodekking
Klein of kleine risicodekking
Rood of rode risicodekking
Dik of dikke risicodekking
Oud of oude risicodekking
Goed of goede risicodekking
Wat rijmt er op risicodekking
Elk of elke: Elke risicodekking
Aanwijzend voornaamwoord: Die risicodekking
Bezittelijk voornaamwoord: Onze risicodekking
Wat rijmt er op risicodekking
overlijderisicodekking - overlijdenrisicodekking - overlijdensrisicodekking -
Oefening van de dag



