De of het slapen?
Het slapen
Is het de of het slapen
In de Nederlandse taal gebruiken wij het slapen.
Elke dag een e-mail ontvangen met de oefening?
English: sleep
Deutsch: schlafen | Bekijk of het der of die schlafen is.
Français: dormir | Bekijk of het Le o La dormir is.
Jou of jouw: jouw slapen
Buigings-e:
Mooi of mooie slapen
Groot of grote slapen
Half of halve slapen
Grappig of grappige slapen
Leeg of lege slapen
leuk of leuke slapen
Vet of vette slapen
Snel of snelle slapen
Wit of witte slapen
Klein of kleine slapen
Rood of rode slapen
Dik of dikke slapen
Oud of oude slapen
Goed of goede slapen
Wat rijmt er op slapen
Elk of elke: Elk slapen
Aanwijzend voornaamwoord: Dat slapen
Bezittelijk voornaamwoord: Ons slapen
Wat rijmt er op slapen
ontslapen - proefslapen - onuitgeslapen -
Buigings-e:
Mooi of mooie slapen
Groot of grote slapen
Half of halve slapen
Grappig of grappige slapen
Leeg of lege slapen
leuk of leuke slapen
Vet of vette slapen
Snel of snelle slapen
Wit of witte slapen
Klein of kleine slapen
Rood of rode slapen
Dik of dikke slapen
Oud of oude slapen
Goed of goede slapen
Wat rijmt er op slapen
Elk of elke: Elk slapen
Aanwijzend voornaamwoord: Dat slapen
Bezittelijk voornaamwoord: Ons slapen
Wat rijmt er op slapen
ontslapen - proefslapen - onuitgeslapen -
Oefening van de dag



