De of het speelgoedje?
Het speelgoedje
Is het de of het speelgoedje
In de Nederlandse taal gebruiken wij het speelgoedje.

Elke dag een e-mail ontvangen met de oefening?
English: toy
Deutsch: Spielzeug | Bekijk of het der of die Spielzeug is.
Français: jouet | Bekijk of het Le o La jouet is.
Jou of jouw: jouw speelgoedje
Buigings-e:
Mooi of mooie speelgoedje
Groot of grote speelgoedje
Half of halve speelgoedje
Grappig of grappige speelgoedje
Leeg of lege speelgoedje
leuk of leuke speelgoedje
Vet of vette speelgoedje
Snel of snelle speelgoedje
Wit of witte speelgoedje
Klein of kleine speelgoedje
Rood of rode speelgoedje
Dik of dikke speelgoedje
Oud of oude speelgoedje
Goed of goede speelgoedje
Wat rijmt er op speelgoedje
Elk of elke: Elk speelgoedje
Aanwijzend voornaamwoord: Dat speelgoedje
Bezittelijk voornaamwoord: Ons speelgoedje
Wat rijmt er op speelgoedje
Buigings-e:
Mooi of mooie speelgoedje
Groot of grote speelgoedje
Half of halve speelgoedje
Grappig of grappige speelgoedje
Leeg of lege speelgoedje
leuk of leuke speelgoedje
Vet of vette speelgoedje
Snel of snelle speelgoedje
Wit of witte speelgoedje
Klein of kleine speelgoedje
Rood of rode speelgoedje
Dik of dikke speelgoedje
Oud of oude speelgoedje
Goed of goede speelgoedje
Wat rijmt er op speelgoedje
Elk of elke: Elk speelgoedje
Aanwijzend voornaamwoord: Dat speelgoedje
Bezittelijk voornaamwoord: Ons speelgoedje
Wat rijmt er op speelgoedje
Oefening van de dag



