De of het speelgoedtrein?
De speelgoedtrein
Is het de of het speelgoedtrein
In de Nederlandse taal gebruiken wij de speelgoedtrein.
Elke dag een e-mail ontvangen met de oefening?
English: toy train
Deutsch: Spielzeugeisenbahn | Bekijk of het der of die Spielzeugeisenbahn is.
Français: petit train | Bekijk of het Le o La petit train is.
Jou of jouw: jouw speelgoedtrein
Buigings-e:
Mooi of mooie speelgoedtrein
Groot of grote speelgoedtrein
Half of halve speelgoedtrein
Grappig of grappige speelgoedtrein
Leeg of lege speelgoedtrein
leuk of leuke speelgoedtrein
Vet of vette speelgoedtrein
Snel of snelle speelgoedtrein
Wit of witte speelgoedtrein
Klein of kleine speelgoedtrein
Rood of rode speelgoedtrein
Dik of dikke speelgoedtrein
Oud of oude speelgoedtrein
Goed of goede speelgoedtrein
Wat rijmt er op speelgoedtrein
Elk of elke: Elke speelgoedtrein
Aanwijzend voornaamwoord: Die speelgoedtrein
Bezittelijk voornaamwoord: Onze speelgoedtrein
Wat rijmt er op speelgoedtrein
Buigings-e:
Mooi of mooie speelgoedtrein
Groot of grote speelgoedtrein
Half of halve speelgoedtrein
Grappig of grappige speelgoedtrein
Leeg of lege speelgoedtrein
leuk of leuke speelgoedtrein
Vet of vette speelgoedtrein
Snel of snelle speelgoedtrein
Wit of witte speelgoedtrein
Klein of kleine speelgoedtrein
Rood of rode speelgoedtrein
Dik of dikke speelgoedtrein
Oud of oude speelgoedtrein
Goed of goede speelgoedtrein
Wat rijmt er op speelgoedtrein
Elk of elke: Elke speelgoedtrein
Aanwijzend voornaamwoord: Die speelgoedtrein
Bezittelijk voornaamwoord: Onze speelgoedtrein
Wat rijmt er op speelgoedtrein
Oefening van de dag



