De of het speeltijd?
De speeltijd
Is het de of het speeltijd
In de Nederlandse taal gebruiken wij de speeltijd.

Elke dag een e-mail ontvangen met de oefening?
English: playtime
Deutsch: Pause | Bekijk of het der of die Pause is.
Français: la récréation | Bekijk of het Le o La la récréation is.
Jou of jouw: jouw speeltijd
Buigings-e:
Mooi of mooie speeltijd
Groot of grote speeltijd
Half of halve speeltijd
Grappig of grappige speeltijd
Leeg of lege speeltijd
leuk of leuke speeltijd
Vet of vette speeltijd
Snel of snelle speeltijd
Wit of witte speeltijd
Klein of kleine speeltijd
Rood of rode speeltijd
Dik of dikke speeltijd
Oud of oude speeltijd
Goed of goede speeltijd
Wat rijmt er op speeltijd
Elk of elke: Elke speeltijd
Aanwijzend voornaamwoord: Die speeltijd
Bezittelijk voornaamwoord: Onze speeltijd
Wat rijmt er op speeltijd
Buigings-e:
Mooi of mooie speeltijd
Groot of grote speeltijd
Half of halve speeltijd
Grappig of grappige speeltijd
Leeg of lege speeltijd
leuk of leuke speeltijd
Vet of vette speeltijd
Snel of snelle speeltijd
Wit of witte speeltijd
Klein of kleine speeltijd
Rood of rode speeltijd
Dik of dikke speeltijd
Oud of oude speeltijd
Goed of goede speeltijd
Wat rijmt er op speeltijd
Elk of elke: Elke speeltijd
Aanwijzend voornaamwoord: Die speeltijd
Bezittelijk voornaamwoord: Onze speeltijd
Wat rijmt er op speeltijd
Oefening van de dag



