De of het steenleerling?
De steenleerling
Is het de of het steenleerling
In de Nederlandse taal gebruiken wij de steenleerling.
Elke dag een e-mail ontvangen met de oefening?
English: stone pupil
Deutsch: Stein Schüler | Bekijk of het der of die Stein Schüler is.
Français: pierre élève | Bekijk of het Le o La pierre élève is.
Jou of jouw: jouw steenleerling
Buigings-e:
Mooi of mooie steenleerling
Groot of grote steenleerling
Half of halve steenleerling
Grappig of grappige steenleerling
Leeg of lege steenleerling
leuk of leuke steenleerling
Vet of vette steenleerling
Snel of snelle steenleerling
Wit of witte steenleerling
Klein of kleine steenleerling
Rood of rode steenleerling
Dik of dikke steenleerling
Oud of oude steenleerling
Goed of goede steenleerling
Wat rijmt er op steenleerling
Elk of elke: Elke steenleerling
Aanwijzend voornaamwoord: Die steenleerling
Bezittelijk voornaamwoord: Onze steenleerling
Wat rijmt er op steenleerling
Buigings-e:
Mooi of mooie steenleerling
Groot of grote steenleerling
Half of halve steenleerling
Grappig of grappige steenleerling
Leeg of lege steenleerling
leuk of leuke steenleerling
Vet of vette steenleerling
Snel of snelle steenleerling
Wit of witte steenleerling
Klein of kleine steenleerling
Rood of rode steenleerling
Dik of dikke steenleerling
Oud of oude steenleerling
Goed of goede steenleerling
Wat rijmt er op steenleerling
Elk of elke: Elke steenleerling
Aanwijzend voornaamwoord: Die steenleerling
Bezittelijk voornaamwoord: Onze steenleerling
Wat rijmt er op steenleerling
Oefening van de dag



