De of het stofdeeltje?
Het stofdeeltje
Is het de of het stofdeeltje
In de Nederlandse taal gebruiken wij het stofdeeltje.
Elke dag een e-mail ontvangen met de oefening?
English: molecule
Deutsch: Molekül | Bekijk of het der of die Molekül is.
Français: molécule | Bekijk of het Le o La molécule is.
Jou of jouw: jouw stofdeeltje
Buigings-e:
Mooi of mooie stofdeeltje
Groot of grote stofdeeltje
Half of halve stofdeeltje
Grappig of grappige stofdeeltje
Leeg of lege stofdeeltje
leuk of leuke stofdeeltje
Vet of vette stofdeeltje
Snel of snelle stofdeeltje
Wit of witte stofdeeltje
Klein of kleine stofdeeltje
Rood of rode stofdeeltje
Dik of dikke stofdeeltje
Oud of oude stofdeeltje
Goed of goede stofdeeltje
Wat rijmt er op stofdeeltje
Elk of elke: Elk stofdeeltje
Aanwijzend voornaamwoord: Dat stofdeeltje
Bezittelijk voornaamwoord: Ons stofdeeltje
Wat rijmt er op stofdeeltje
Buigings-e:
Mooi of mooie stofdeeltje
Groot of grote stofdeeltje
Half of halve stofdeeltje
Grappig of grappige stofdeeltje
Leeg of lege stofdeeltje
leuk of leuke stofdeeltje
Vet of vette stofdeeltje
Snel of snelle stofdeeltje
Wit of witte stofdeeltje
Klein of kleine stofdeeltje
Rood of rode stofdeeltje
Dik of dikke stofdeeltje
Oud of oude stofdeeltje
Goed of goede stofdeeltje
Wat rijmt er op stofdeeltje
Elk of elke: Elk stofdeeltje
Aanwijzend voornaamwoord: Dat stofdeeltje
Bezittelijk voornaamwoord: Ons stofdeeltje
Wat rijmt er op stofdeeltje
Oefening van de dag



