De of het straatwoordenboek?
Het straatwoordenboek
Is het de of het straatwoordenboek
In de Nederlandse taal gebruiken wij het straatwoordenboek.
Elke dag een e-mail ontvangen met de oefening?
English: street dictionary
Jou of jouw: jouw straatwoordenboek
Buigings-e:
Mooi of mooie straatwoordenboek
Groot of grote straatwoordenboek
Half of halve straatwoordenboek
Grappig of grappige straatwoordenboek
Leeg of lege straatwoordenboek
leuk of leuke straatwoordenboek
Vet of vette straatwoordenboek
Snel of snelle straatwoordenboek
Wit of witte straatwoordenboek
Klein of kleine straatwoordenboek
Rood of rode straatwoordenboek
Dik of dikke straatwoordenboek
Oud of oude straatwoordenboek
Goed of goede straatwoordenboek
Wat rijmt er op straatwoordenboek
Elk of elke: Elk straatwoordenboek
Aanwijzend voornaamwoord: Dat straatwoordenboek
Bezittelijk voornaamwoord: Ons straatwoordenboek
Wat rijmt er op straatwoordenboek
Buigings-e:
Mooi of mooie straatwoordenboek
Groot of grote straatwoordenboek
Half of halve straatwoordenboek
Grappig of grappige straatwoordenboek
Leeg of lege straatwoordenboek
leuk of leuke straatwoordenboek
Vet of vette straatwoordenboek
Snel of snelle straatwoordenboek
Wit of witte straatwoordenboek
Klein of kleine straatwoordenboek
Rood of rode straatwoordenboek
Dik of dikke straatwoordenboek
Oud of oude straatwoordenboek
Goed of goede straatwoordenboek
Wat rijmt er op straatwoordenboek
Elk of elke: Elk straatwoordenboek
Aanwijzend voornaamwoord: Dat straatwoordenboek
Bezittelijk voornaamwoord: Ons straatwoordenboek
Wat rijmt er op straatwoordenboek
Oefening van de dag



