De of het strandfeestje?
Het strandfeestje
Is het de of het strandfeestje
In de Nederlandse taal gebruiken wij het strandfeestje.
Elke dag een e-mail ontvangen met de oefening?
English: beach party
Jou of jouw: jouw strandfeestje
Buigings-e:
Mooi of mooie strandfeestje
Groot of grote strandfeestje
Half of halve strandfeestje
Grappig of grappige strandfeestje
Leeg of lege strandfeestje
leuk of leuke strandfeestje
Vet of vette strandfeestje
Snel of snelle strandfeestje
Wit of witte strandfeestje
Klein of kleine strandfeestje
Rood of rode strandfeestje
Dik of dikke strandfeestje
Oud of oude strandfeestje
Goed of goede strandfeestje
Wat rijmt er op strandfeestje
Elk of elke: Elk strandfeestje
Aanwijzend voornaamwoord: Dat strandfeestje
Bezittelijk voornaamwoord: Ons strandfeestje
Wat rijmt er op strandfeestje
Buigings-e:
Mooi of mooie strandfeestje
Groot of grote strandfeestje
Half of halve strandfeestje
Grappig of grappige strandfeestje
Leeg of lege strandfeestje
leuk of leuke strandfeestje
Vet of vette strandfeestje
Snel of snelle strandfeestje
Wit of witte strandfeestje
Klein of kleine strandfeestje
Rood of rode strandfeestje
Dik of dikke strandfeestje
Oud of oude strandfeestje
Goed of goede strandfeestje
Wat rijmt er op strandfeestje
Elk of elke: Elk strandfeestje
Aanwijzend voornaamwoord: Dat strandfeestje
Bezittelijk voornaamwoord: Ons strandfeestje
Wat rijmt er op strandfeestje
Oefening van de dag



