De of het truwfeest?
Het truwfeest
Is het de of het truwfeest
In de Nederlandse taal gebruiken wij het truwfeest.
Elke dag een e-mail ontvangen met de oefening?
English: truwfeest
Jou of jouw: jouw truwfeest
Buigings-e:
Mooi of mooie truwfeest
Groot of grote truwfeest
Half of halve truwfeest
Grappig of grappige truwfeest
Leeg of lege truwfeest
leuk of leuke truwfeest
Vet of vette truwfeest
Snel of snelle truwfeest
Wit of witte truwfeest
Klein of kleine truwfeest
Rood of rode truwfeest
Dik of dikke truwfeest
Oud of oude truwfeest
Goed of goede truwfeest
Wat rijmt er op truwfeest
Elk of elke: Elk truwfeest
Aanwijzend voornaamwoord: Dat truwfeest
Bezittelijk voornaamwoord: Ons truwfeest
Wat rijmt er op truwfeest
Buigings-e:
Mooi of mooie truwfeest
Groot of grote truwfeest
Half of halve truwfeest
Grappig of grappige truwfeest
Leeg of lege truwfeest
leuk of leuke truwfeest
Vet of vette truwfeest
Snel of snelle truwfeest
Wit of witte truwfeest
Klein of kleine truwfeest
Rood of rode truwfeest
Dik of dikke truwfeest
Oud of oude truwfeest
Goed of goede truwfeest
Wat rijmt er op truwfeest
Elk of elke: Elk truwfeest
Aanwijzend voornaamwoord: Dat truwfeest
Bezittelijk voornaamwoord: Ons truwfeest
Wat rijmt er op truwfeest
Oefening van de dag



