De of het uitdagje?
Het uitdagje
Is het de of het uitdagje
In de Nederlandse taal gebruiken wij het uitdagje.
Elke dag een e-mail ontvangen met de oefening?
English: uitdagje
Deutsch: uitdagje | Bekijk of het der of die uitdagje is.
Français: uitdagje | Bekijk of het Le o La uitdagje is.
Jou of jouw: jouw uitdagje
Buigings-e:
Mooi of mooie uitdagje
Groot of grote uitdagje
Half of halve uitdagje
Grappig of grappige uitdagje
Leeg of lege uitdagje
leuk of leuke uitdagje
Vet of vette uitdagje
Snel of snelle uitdagje
Wit of witte uitdagje
Klein of kleine uitdagje
Rood of rode uitdagje
Dik of dikke uitdagje
Oud of oude uitdagje
Goed of goede uitdagje
Wat rijmt er op uitdagje
Elk of elke: Elk uitdagje
Aanwijzend voornaamwoord: Dat uitdagje
Bezittelijk voornaamwoord: Ons uitdagje
Wat rijmt er op uitdagje
Buigings-e:
Mooi of mooie uitdagje
Groot of grote uitdagje
Half of halve uitdagje
Grappig of grappige uitdagje
Leeg of lege uitdagje
leuk of leuke uitdagje
Vet of vette uitdagje
Snel of snelle uitdagje
Wit of witte uitdagje
Klein of kleine uitdagje
Rood of rode uitdagje
Dik of dikke uitdagje
Oud of oude uitdagje
Goed of goede uitdagje
Wat rijmt er op uitdagje
Elk of elke: Elk uitdagje
Aanwijzend voornaamwoord: Dat uitdagje
Bezittelijk voornaamwoord: Ons uitdagje
Wat rijmt er op uitdagje
Oefening van de dag



