De of het uitroepen?
De uitroepen
Is het de of het uitroepen
In de Nederlandse taal gebruiken wij de uitroepen.

Elke dag een e-mail ontvangen met de oefening?
English: cry
Deutsch: ausrufen | Bekijk of het der of die ausrufen is.
Français: exclamer | Bekijk of het Le o La exclamer is.
Jou of jouw: jouw uitroepen
Buigings-e:
Mooi of mooie uitroepen
Groot of grote uitroepen
Half of halve uitroepen
Grappig of grappige uitroepen
Leeg of lege uitroepen
leuk of leuke uitroepen
Vet of vette uitroepen
Snel of snelle uitroepen
Wit of witte uitroepen
Klein of kleine uitroepen
Rood of rode uitroepen
Dik of dikke uitroepen
Oud of oude uitroepen
Goed of goede uitroepen
Wat rijmt er op uitroepen
Elk of elke: Elke uitroepen
Aanwijzend voornaamwoord: Die uitroepen
Bezittelijk voornaamwoord: Onze uitroepen
Wat rijmt er op uitroepen
Buigings-e:
Mooi of mooie uitroepen
Groot of grote uitroepen
Half of halve uitroepen
Grappig of grappige uitroepen
Leeg of lege uitroepen
leuk of leuke uitroepen
Vet of vette uitroepen
Snel of snelle uitroepen
Wit of witte uitroepen
Klein of kleine uitroepen
Rood of rode uitroepen
Dik of dikke uitroepen
Oud of oude uitroepen
Goed of goede uitroepen
Wat rijmt er op uitroepen
Elk of elke: Elke uitroepen
Aanwijzend voornaamwoord: Die uitroepen
Bezittelijk voornaamwoord: Onze uitroepen
Wat rijmt er op uitroepen
Oefening van de dag



