De of het uitspansel?
Het uitspansel
Is het de of het uitspansel
In de Nederlandse taal gebruiken wij het uitspansel.

Elke dag een e-mail ontvangen met de oefening?
English: firmament
Deutsch: Firmament | Bekijk of het der of die Firmament is.
Français: firmament | Bekijk of het Le o La firmament is.
Jou of jouw: jouw uitspansel
Buigings-e:
Mooi of mooie uitspansel
Groot of grote uitspansel
Half of halve uitspansel
Grappig of grappige uitspansel
Leeg of lege uitspansel
leuk of leuke uitspansel
Vet of vette uitspansel
Snel of snelle uitspansel
Wit of witte uitspansel
Klein of kleine uitspansel
Rood of rode uitspansel
Dik of dikke uitspansel
Oud of oude uitspansel
Goed of goede uitspansel
Wat rijmt er op uitspansel
Elk of elke: Elk uitspansel
Aanwijzend voornaamwoord: Dat uitspansel
Bezittelijk voornaamwoord: Ons uitspansel
Wat rijmt er op uitspansel
Buigings-e:
Mooi of mooie uitspansel
Groot of grote uitspansel
Half of halve uitspansel
Grappig of grappige uitspansel
Leeg of lege uitspansel
leuk of leuke uitspansel
Vet of vette uitspansel
Snel of snelle uitspansel
Wit of witte uitspansel
Klein of kleine uitspansel
Rood of rode uitspansel
Dik of dikke uitspansel
Oud of oude uitspansel
Goed of goede uitspansel
Wat rijmt er op uitspansel
Elk of elke: Elk uitspansel
Aanwijzend voornaamwoord: Dat uitspansel
Bezittelijk voornaamwoord: Ons uitspansel
Wat rijmt er op uitspansel
Oefening van de dag



