De of het vaatwassen?
Het vaatwassen
Is het de of het vaatwassen
In de Nederlandse taal gebruiken wij het vaatwassen.
Elke dag een e-mail ontvangen met de oefening?
English: dishwashing
Deutsch: Geschirr | Bekijk of het der of die Geschirr is.
Français: vaisselle | Bekijk of het Le o La vaisselle is.
Jou of jouw: jouw vaatwassen
Buigings-e:
Mooi of mooie vaatwassen
Groot of grote vaatwassen
Half of halve vaatwassen
Grappig of grappige vaatwassen
Leeg of lege vaatwassen
leuk of leuke vaatwassen
Vet of vette vaatwassen
Snel of snelle vaatwassen
Wit of witte vaatwassen
Klein of kleine vaatwassen
Rood of rode vaatwassen
Dik of dikke vaatwassen
Oud of oude vaatwassen
Goed of goede vaatwassen
Wat rijmt er op vaatwassen
Elk of elke: Elk vaatwassen
Aanwijzend voornaamwoord: Dat vaatwassen
Bezittelijk voornaamwoord: Ons vaatwassen
Wat rijmt er op vaatwassen
Buigings-e:
Mooi of mooie vaatwassen
Groot of grote vaatwassen
Half of halve vaatwassen
Grappig of grappige vaatwassen
Leeg of lege vaatwassen
leuk of leuke vaatwassen
Vet of vette vaatwassen
Snel of snelle vaatwassen
Wit of witte vaatwassen
Klein of kleine vaatwassen
Rood of rode vaatwassen
Dik of dikke vaatwassen
Oud of oude vaatwassen
Goed of goede vaatwassen
Wat rijmt er op vaatwassen
Elk of elke: Elk vaatwassen
Aanwijzend voornaamwoord: Dat vaatwassen
Bezittelijk voornaamwoord: Ons vaatwassen
Wat rijmt er op vaatwassen
Oefening van de dag



