De of het verkoopdag?
De verkoopdag
Is het de of het verkoopdag
In de Nederlandse taal gebruiken wij de verkoopdag.
Elke dag een e-mail ontvangen met de oefening?
English: sales event
Deutsch: Verkaufsveranstaltung | Bekijk of het der of die Verkaufsveranstaltung is.
Français: événement de vente | Bekijk of het Le o La événement de vente is.
Jou of jouw: jouw verkoopdag
Buigings-e:
Mooi of mooie verkoopdag
Groot of grote verkoopdag
Half of halve verkoopdag
Grappig of grappige verkoopdag
Leeg of lege verkoopdag
leuk of leuke verkoopdag
Vet of vette verkoopdag
Snel of snelle verkoopdag
Wit of witte verkoopdag
Klein of kleine verkoopdag
Rood of rode verkoopdag
Dik of dikke verkoopdag
Oud of oude verkoopdag
Goed of goede verkoopdag
Wat rijmt er op verkoopdag
Elk of elke: Elke verkoopdag
Aanwijzend voornaamwoord: Die verkoopdag
Bezittelijk voornaamwoord: Onze verkoopdag
Wat rijmt er op verkoopdag
Buigings-e:
Mooi of mooie verkoopdag
Groot of grote verkoopdag
Half of halve verkoopdag
Grappig of grappige verkoopdag
Leeg of lege verkoopdag
leuk of leuke verkoopdag
Vet of vette verkoopdag
Snel of snelle verkoopdag
Wit of witte verkoopdag
Klein of kleine verkoopdag
Rood of rode verkoopdag
Dik of dikke verkoopdag
Oud of oude verkoopdag
Goed of goede verkoopdag
Wat rijmt er op verkoopdag
Elk of elke: Elke verkoopdag
Aanwijzend voornaamwoord: Die verkoopdag
Bezittelijk voornaamwoord: Onze verkoopdag
Wat rijmt er op verkoopdag
Oefening van de dag



