De of het verkoopjaarplan?
Het verkoopjaarplan
Is het de of het verkoopjaarplan
In de Nederlandse taal gebruiken wij het verkoopjaarplan.
Elke dag een e-mail ontvangen met de oefening?
English: annual sales plan
Jou of jouw: jouw verkoopjaarplan
Buigings-e:
Mooi of mooie verkoopjaarplan
Groot of grote verkoopjaarplan
Half of halve verkoopjaarplan
Grappig of grappige verkoopjaarplan
Leeg of lege verkoopjaarplan
leuk of leuke verkoopjaarplan
Vet of vette verkoopjaarplan
Snel of snelle verkoopjaarplan
Wit of witte verkoopjaarplan
Klein of kleine verkoopjaarplan
Rood of rode verkoopjaarplan
Dik of dikke verkoopjaarplan
Oud of oude verkoopjaarplan
Goed of goede verkoopjaarplan
Wat rijmt er op verkoopjaarplan
Elk of elke: Elk verkoopjaarplan
Aanwijzend voornaamwoord: Dat verkoopjaarplan
Bezittelijk voornaamwoord: Ons verkoopjaarplan
Wat rijmt er op verkoopjaarplan
Buigings-e:
Mooi of mooie verkoopjaarplan
Groot of grote verkoopjaarplan
Half of halve verkoopjaarplan
Grappig of grappige verkoopjaarplan
Leeg of lege verkoopjaarplan
leuk of leuke verkoopjaarplan
Vet of vette verkoopjaarplan
Snel of snelle verkoopjaarplan
Wit of witte verkoopjaarplan
Klein of kleine verkoopjaarplan
Rood of rode verkoopjaarplan
Dik of dikke verkoopjaarplan
Oud of oude verkoopjaarplan
Goed of goede verkoopjaarplan
Wat rijmt er op verkoopjaarplan
Elk of elke: Elk verkoopjaarplan
Aanwijzend voornaamwoord: Dat verkoopjaarplan
Bezittelijk voornaamwoord: Ons verkoopjaarplan
Wat rijmt er op verkoopjaarplan
Oefening van de dag



