De of het verzegelen?
Het verzegelen
Is het de of het verzegelen
In de Nederlandse taal gebruiken wij het verzegelen.
Elke dag een e-mail ontvangen met de oefening?
English: seal
Deutsch: Dichtung | Bekijk of het der of die Dichtung is.
Français: sceau | Bekijk of het Le o La sceau is.
Jou of jouw: jouw verzegelen
Buigings-e:
Mooi of mooie verzegelen
Groot of grote verzegelen
Half of halve verzegelen
Grappig of grappige verzegelen
Leeg of lege verzegelen
leuk of leuke verzegelen
Vet of vette verzegelen
Snel of snelle verzegelen
Wit of witte verzegelen
Klein of kleine verzegelen
Rood of rode verzegelen
Dik of dikke verzegelen
Oud of oude verzegelen
Goed of goede verzegelen
Wat rijmt er op verzegelen
Elk of elke: Elk verzegelen
Aanwijzend voornaamwoord: Dat verzegelen
Bezittelijk voornaamwoord: Ons verzegelen
Wat rijmt er op verzegelen
Buigings-e:
Mooi of mooie verzegelen
Groot of grote verzegelen
Half of halve verzegelen
Grappig of grappige verzegelen
Leeg of lege verzegelen
leuk of leuke verzegelen
Vet of vette verzegelen
Snel of snelle verzegelen
Wit of witte verzegelen
Klein of kleine verzegelen
Rood of rode verzegelen
Dik of dikke verzegelen
Oud of oude verzegelen
Goed of goede verzegelen
Wat rijmt er op verzegelen
Elk of elke: Elk verzegelen
Aanwijzend voornaamwoord: Dat verzegelen
Bezittelijk voornaamwoord: Ons verzegelen
Wat rijmt er op verzegelen
Oefening van de dag



