De of het voetbalseizoen?
Het voetbalseizoen
Is het de of het voetbalseizoen
In de Nederlandse taal gebruiken wij het voetbalseizoen.
Elke dag een e-mail ontvangen met de oefening?
English: football season
Deutsch: Fußball-Saison | Bekijk of het der of die Fußball-Saison is.
Français: saison de football | Bekijk of het Le o La saison de football is.
Jou of jouw: jouw voetbalseizoen
Buigings-e:
Mooi of mooie voetbalseizoen
Groot of grote voetbalseizoen
Half of halve voetbalseizoen
Grappig of grappige voetbalseizoen
Leeg of lege voetbalseizoen
leuk of leuke voetbalseizoen
Vet of vette voetbalseizoen
Snel of snelle voetbalseizoen
Wit of witte voetbalseizoen
Klein of kleine voetbalseizoen
Rood of rode voetbalseizoen
Dik of dikke voetbalseizoen
Oud of oude voetbalseizoen
Goed of goede voetbalseizoen
Wat rijmt er op voetbalseizoen
Elk of elke: Elk voetbalseizoen
Aanwijzend voornaamwoord: Dat voetbalseizoen
Bezittelijk voornaamwoord: Ons voetbalseizoen
Wat rijmt er op voetbalseizoen
Buigings-e:
Mooi of mooie voetbalseizoen
Groot of grote voetbalseizoen
Half of halve voetbalseizoen
Grappig of grappige voetbalseizoen
Leeg of lege voetbalseizoen
leuk of leuke voetbalseizoen
Vet of vette voetbalseizoen
Snel of snelle voetbalseizoen
Wit of witte voetbalseizoen
Klein of kleine voetbalseizoen
Rood of rode voetbalseizoen
Dik of dikke voetbalseizoen
Oud of oude voetbalseizoen
Goed of goede voetbalseizoen
Wat rijmt er op voetbalseizoen
Elk of elke: Elk voetbalseizoen
Aanwijzend voornaamwoord: Dat voetbalseizoen
Bezittelijk voornaamwoord: Ons voetbalseizoen
Wat rijmt er op voetbalseizoen
Oefening van de dag



