De of het voorleesmoment?
Het voorleesmoment
Is het de of het voorleesmoment
In de Nederlandse taal gebruiken wij het voorleesmoment.
Elke dag een e-mail ontvangen met de oefening?
English: reading time
Deutsch: Lesezeit | Bekijk of het der of die Lesezeit is.
Français: temps de lecture | Bekijk of het Le o La temps de lecture is.
Jou of jouw: jouw voorleesmoment
Buigings-e:
Mooi of mooie voorleesmoment
Groot of grote voorleesmoment
Half of halve voorleesmoment
Grappig of grappige voorleesmoment
Leeg of lege voorleesmoment
leuk of leuke voorleesmoment
Vet of vette voorleesmoment
Snel of snelle voorleesmoment
Wit of witte voorleesmoment
Klein of kleine voorleesmoment
Rood of rode voorleesmoment
Dik of dikke voorleesmoment
Oud of oude voorleesmoment
Goed of goede voorleesmoment
Wat rijmt er op voorleesmoment
Elk of elke: Elk voorleesmoment
Aanwijzend voornaamwoord: Dat voorleesmoment
Bezittelijk voornaamwoord: Ons voorleesmoment
Wat rijmt er op voorleesmoment
Buigings-e:
Mooi of mooie voorleesmoment
Groot of grote voorleesmoment
Half of halve voorleesmoment
Grappig of grappige voorleesmoment
Leeg of lege voorleesmoment
leuk of leuke voorleesmoment
Vet of vette voorleesmoment
Snel of snelle voorleesmoment
Wit of witte voorleesmoment
Klein of kleine voorleesmoment
Rood of rode voorleesmoment
Dik of dikke voorleesmoment
Oud of oude voorleesmoment
Goed of goede voorleesmoment
Wat rijmt er op voorleesmoment
Elk of elke: Elk voorleesmoment
Aanwijzend voornaamwoord: Dat voorleesmoment
Bezittelijk voornaamwoord: Ons voorleesmoment
Wat rijmt er op voorleesmoment
Oefening van de dag



