De of het vooronderstellen?
Het vooronderstellen
Is het de of het vooronderstellen
In de Nederlandse taal gebruiken wij het vooronderstellen.
Elke dag een e-mail ontvangen met de oefening?
English: presuppose
Deutsch: voraussetzen | Bekijk of het der of die voraussetzen is.
Français: présupposer | Bekijk of het Le o La présupposer is.
Jou of jouw: jouw vooronderstellen
Buigings-e:
Mooi of mooie vooronderstellen
Groot of grote vooronderstellen
Half of halve vooronderstellen
Grappig of grappige vooronderstellen
Leeg of lege vooronderstellen
leuk of leuke vooronderstellen
Vet of vette vooronderstellen
Snel of snelle vooronderstellen
Wit of witte vooronderstellen
Klein of kleine vooronderstellen
Rood of rode vooronderstellen
Dik of dikke vooronderstellen
Oud of oude vooronderstellen
Goed of goede vooronderstellen
Wat rijmt er op vooronderstellen
Elk of elke: Elk vooronderstellen
Aanwijzend voornaamwoord: Dat vooronderstellen
Bezittelijk voornaamwoord: Ons vooronderstellen
Wat rijmt er op vooronderstellen
Buigings-e:
Mooi of mooie vooronderstellen
Groot of grote vooronderstellen
Half of halve vooronderstellen
Grappig of grappige vooronderstellen
Leeg of lege vooronderstellen
leuk of leuke vooronderstellen
Vet of vette vooronderstellen
Snel of snelle vooronderstellen
Wit of witte vooronderstellen
Klein of kleine vooronderstellen
Rood of rode vooronderstellen
Dik of dikke vooronderstellen
Oud of oude vooronderstellen
Goed of goede vooronderstellen
Wat rijmt er op vooronderstellen
Elk of elke: Elk vooronderstellen
Aanwijzend voornaamwoord: Dat vooronderstellen
Bezittelijk voornaamwoord: Ons vooronderstellen
Wat rijmt er op vooronderstellen
Oefening van de dag



