De of het waterflesje?
Het waterflesje
Is het de of het waterflesje
In de Nederlandse taal gebruiken wij het waterflesje.
Elke dag een e-mail ontvangen met de oefening?
English: water bottle
Jou of jouw: jouw waterflesje
Buigings-e:
Mooi of mooie waterflesje
Groot of grote waterflesje
Half of halve waterflesje
Grappig of grappige waterflesje
Leeg of lege waterflesje
leuk of leuke waterflesje
Vet of vette waterflesje
Snel of snelle waterflesje
Wit of witte waterflesje
Klein of kleine waterflesje
Rood of rode waterflesje
Dik of dikke waterflesje
Oud of oude waterflesje
Goed of goede waterflesje
Wat rijmt er op waterflesje
Elk of elke: Elk waterflesje
Aanwijzend voornaamwoord: Dat waterflesje
Bezittelijk voornaamwoord: Ons waterflesje
Wat rijmt er op waterflesje
Buigings-e:
Mooi of mooie waterflesje
Groot of grote waterflesje
Half of halve waterflesje
Grappig of grappige waterflesje
Leeg of lege waterflesje
leuk of leuke waterflesje
Vet of vette waterflesje
Snel of snelle waterflesje
Wit of witte waterflesje
Klein of kleine waterflesje
Rood of rode waterflesje
Dik of dikke waterflesje
Oud of oude waterflesje
Goed of goede waterflesje
Wat rijmt er op waterflesje
Elk of elke: Elk waterflesje
Aanwijzend voornaamwoord: Dat waterflesje
Bezittelijk voornaamwoord: Ons waterflesje
Wat rijmt er op waterflesje
Oefening van de dag



