De of het zenderkleuring?
De zenderkleuring
Is het de of het zenderkleuring
In de Nederlandse taal gebruiken wij de zenderkleuring.
Elke dag een e-mail ontvangen met de oefening?
English: channel staining
Deutsch: Sender-Färbung | Bekijk of het der of die Sender-Färbung is.
Français: émetteur coloration | Bekijk of het Le o La émetteur coloration is.
Jou of jouw: jouw zenderkleuring
Buigings-e:
Mooi of mooie zenderkleuring
Groot of grote zenderkleuring
Half of halve zenderkleuring
Grappig of grappige zenderkleuring
Leeg of lege zenderkleuring
leuk of leuke zenderkleuring
Vet of vette zenderkleuring
Snel of snelle zenderkleuring
Wit of witte zenderkleuring
Klein of kleine zenderkleuring
Rood of rode zenderkleuring
Dik of dikke zenderkleuring
Oud of oude zenderkleuring
Goed of goede zenderkleuring
Wat rijmt er op zenderkleuring
Elk of elke: Elke zenderkleuring
Aanwijzend voornaamwoord: Die zenderkleuring
Bezittelijk voornaamwoord: Onze zenderkleuring
Wat rijmt er op zenderkleuring
Buigings-e:
Mooi of mooie zenderkleuring
Groot of grote zenderkleuring
Half of halve zenderkleuring
Grappig of grappige zenderkleuring
Leeg of lege zenderkleuring
leuk of leuke zenderkleuring
Vet of vette zenderkleuring
Snel of snelle zenderkleuring
Wit of witte zenderkleuring
Klein of kleine zenderkleuring
Rood of rode zenderkleuring
Dik of dikke zenderkleuring
Oud of oude zenderkleuring
Goed of goede zenderkleuring
Wat rijmt er op zenderkleuring
Elk of elke: Elke zenderkleuring
Aanwijzend voornaamwoord: Die zenderkleuring
Bezittelijk voornaamwoord: Onze zenderkleuring
Wat rijmt er op zenderkleuring
Oefening van de dag



