De of het aandenkertje?
Het aandenkertje
Is het de of het aandenkertje
In de Nederlandse taal gebruiken wij het aandenkertje.
Elke dag een e-mail ontvangen met de oefening?
English: memorial
Jou of jouw: jouw aandenkertje
Buigings-e:
Mooi of mooie aandenkertje
Groot of grote aandenkertje
Half of halve aandenkertje
Grappig of grappige aandenkertje
Leeg of lege aandenkertje
leuk of leuke aandenkertje
Vet of vette aandenkertje
Snel of snelle aandenkertje
Wit of witte aandenkertje
Klein of kleine aandenkertje
Rood of rode aandenkertje
Dik of dikke aandenkertje
Oud of oude aandenkertje
Goed of goede aandenkertje
Wat rijmt er op aandenkertje
Elk of elke: Elk aandenkertje
Aanwijzend voornaamwoord: Dat aandenkertje
Bezittelijk voornaamwoord: Ons aandenkertje
Wat rijmt er op aandenkertje
Buigings-e:
Mooi of mooie aandenkertje
Groot of grote aandenkertje
Half of halve aandenkertje
Grappig of grappige aandenkertje
Leeg of lege aandenkertje
leuk of leuke aandenkertje
Vet of vette aandenkertje
Snel of snelle aandenkertje
Wit of witte aandenkertje
Klein of kleine aandenkertje
Rood of rode aandenkertje
Dik of dikke aandenkertje
Oud of oude aandenkertje
Goed of goede aandenkertje
Wat rijmt er op aandenkertje
Elk of elke: Elk aandenkertje
Aanwijzend voornaamwoord: Dat aandenkertje
Bezittelijk voornaamwoord: Ons aandenkertje
Wat rijmt er op aandenkertje
Oefening van de dag



