De of het aankleedtafel?
De aankleedtafel
Is het de of het aankleedtafel
In de Nederlandse taal gebruiken wij de aankleedtafel.
Elke dag een e-mail ontvangen met de oefening?
English: changing table
Jou of jouw: jouw aankleedtafel
Buigings-e:
Mooi of mooie aankleedtafel
Groot of grote aankleedtafel
Half of halve aankleedtafel
Grappig of grappige aankleedtafel
Leeg of lege aankleedtafel
leuk of leuke aankleedtafel
Vet of vette aankleedtafel
Snel of snelle aankleedtafel
Wit of witte aankleedtafel
Klein of kleine aankleedtafel
Rood of rode aankleedtafel
Dik of dikke aankleedtafel
Oud of oude aankleedtafel
Goed of goede aankleedtafel
Wat rijmt er op aankleedtafel
Elk of elke: Elke aankleedtafel
Aanwijzend voornaamwoord: Die aankleedtafel
Bezittelijk voornaamwoord: Onze aankleedtafel
Wat rijmt er op aankleedtafel
Buigings-e:
Mooi of mooie aankleedtafel
Groot of grote aankleedtafel
Half of halve aankleedtafel
Grappig of grappige aankleedtafel
Leeg of lege aankleedtafel
leuk of leuke aankleedtafel
Vet of vette aankleedtafel
Snel of snelle aankleedtafel
Wit of witte aankleedtafel
Klein of kleine aankleedtafel
Rood of rode aankleedtafel
Dik of dikke aankleedtafel
Oud of oude aankleedtafel
Goed of goede aankleedtafel
Wat rijmt er op aankleedtafel
Elk of elke: Elke aankleedtafel
Aanwijzend voornaamwoord: Die aankleedtafel
Bezittelijk voornaamwoord: Onze aankleedtafel
Wat rijmt er op aankleedtafel
Oefening van de dag



