De of het arregement?
Het arregement
Is het de of het arregement
In de Nederlandse taal gebruiken wij het arregement.
Elke dag een e-mail ontvangen met de oefening?
English: arregement
Jou of jouw: jouw arregement
Buigings-e:
Mooi of mooie arregement
Groot of grote arregement
Half of halve arregement
Grappig of grappige arregement
Leeg of lege arregement
leuk of leuke arregement
Vet of vette arregement
Snel of snelle arregement
Wit of witte arregement
Klein of kleine arregement
Rood of rode arregement
Dik of dikke arregement
Oud of oude arregement
Goed of goede arregement
Wat rijmt er op arregement
Elk of elke: Elk arregement
Aanwijzend voornaamwoord: Dat arregement
Bezittelijk voornaamwoord: Ons arregement
Wat rijmt er op arregement
concertarregement -
Buigings-e:
Mooi of mooie arregement
Groot of grote arregement
Half of halve arregement
Grappig of grappige arregement
Leeg of lege arregement
leuk of leuke arregement
Vet of vette arregement
Snel of snelle arregement
Wit of witte arregement
Klein of kleine arregement
Rood of rode arregement
Dik of dikke arregement
Oud of oude arregement
Goed of goede arregement
Wat rijmt er op arregement
Elk of elke: Elk arregement
Aanwijzend voornaamwoord: Dat arregement
Bezittelijk voornaamwoord: Ons arregement
Wat rijmt er op arregement
concertarregement -
Oefening van de dag



