De of het babyspeelgoed?
Het babyspeelgoed
Is het de of het babyspeelgoed
In de Nederlandse taal gebruiken wij het babyspeelgoed.
Elke dag een e-mail ontvangen met de oefening?
English: baby toys
Deutsch: Baby-Spielzeug | Bekijk of het der of die Baby-Spielzeug is.
Français: jouets de bébé | Bekijk of het Le o La jouets de bébé is.
Jou of jouw: jouw babyspeelgoed
Buigings-e:
Mooi of mooie babyspeelgoed
Groot of grote babyspeelgoed
Half of halve babyspeelgoed
Grappig of grappige babyspeelgoed
Leeg of lege babyspeelgoed
leuk of leuke babyspeelgoed
Vet of vette babyspeelgoed
Snel of snelle babyspeelgoed
Wit of witte babyspeelgoed
Klein of kleine babyspeelgoed
Rood of rode babyspeelgoed
Dik of dikke babyspeelgoed
Oud of oude babyspeelgoed
Goed of goede babyspeelgoed
Wat rijmt er op babyspeelgoed
Elk of elke: Elk babyspeelgoed
Aanwijzend voornaamwoord: Dat babyspeelgoed
Bezittelijk voornaamwoord: Ons babyspeelgoed
Wat rijmt er op babyspeelgoed
Buigings-e:
Mooi of mooie babyspeelgoed
Groot of grote babyspeelgoed
Half of halve babyspeelgoed
Grappig of grappige babyspeelgoed
Leeg of lege babyspeelgoed
leuk of leuke babyspeelgoed
Vet of vette babyspeelgoed
Snel of snelle babyspeelgoed
Wit of witte babyspeelgoed
Klein of kleine babyspeelgoed
Rood of rode babyspeelgoed
Dik of dikke babyspeelgoed
Oud of oude babyspeelgoed
Goed of goede babyspeelgoed
Wat rijmt er op babyspeelgoed
Elk of elke: Elk babyspeelgoed
Aanwijzend voornaamwoord: Dat babyspeelgoed
Bezittelijk voornaamwoord: Ons babyspeelgoed
Wat rijmt er op babyspeelgoed
Oefening van de dag



