De of het badplaatje?
Het badplaatje
Is het de of het badplaatje
In de Nederlandse taal gebruiken wij het badplaatje.
Elke dag een e-mail ontvangen met de oefening?
English: bath picture
Jou of jouw: jouw badplaatje
Buigings-e:
Mooi of mooie badplaatje
Groot of grote badplaatje
Half of halve badplaatje
Grappig of grappige badplaatje
Leeg of lege badplaatje
leuk of leuke badplaatje
Vet of vette badplaatje
Snel of snelle badplaatje
Wit of witte badplaatje
Klein of kleine badplaatje
Rood of rode badplaatje
Dik of dikke badplaatje
Oud of oude badplaatje
Goed of goede badplaatje
Wat rijmt er op badplaatje
Elk of elke: Elk badplaatje
Aanwijzend voornaamwoord: Dat badplaatje
Bezittelijk voornaamwoord: Ons badplaatje
Wat rijmt er op badplaatje
Buigings-e:
Mooi of mooie badplaatje
Groot of grote badplaatje
Half of halve badplaatje
Grappig of grappige badplaatje
Leeg of lege badplaatje
leuk of leuke badplaatje
Vet of vette badplaatje
Snel of snelle badplaatje
Wit of witte badplaatje
Klein of kleine badplaatje
Rood of rode badplaatje
Dik of dikke badplaatje
Oud of oude badplaatje
Goed of goede badplaatje
Wat rijmt er op badplaatje
Elk of elke: Elk badplaatje
Aanwijzend voornaamwoord: Dat badplaatje
Bezittelijk voornaamwoord: Ons badplaatje
Wat rijmt er op badplaatje
Oefening van de dag



