De of het beenletsel?
Het beenletsel
Is het de of het beenletsel
In de Nederlandse taal gebruiken wij het beenletsel.
Elke dag een e-mail ontvangen met de oefening?
English: leg injury
Deutsch: Beinverletzung | Bekijk of het der of die Beinverletzung is.
Français: blessure à la jambe | Bekijk of het Le o La blessure à la jambe is.
Jou of jouw: jouw beenletsel
Buigings-e:
Mooi of mooie beenletsel
Groot of grote beenletsel
Half of halve beenletsel
Grappig of grappige beenletsel
Leeg of lege beenletsel
leuk of leuke beenletsel
Vet of vette beenletsel
Snel of snelle beenletsel
Wit of witte beenletsel
Klein of kleine beenletsel
Rood of rode beenletsel
Dik of dikke beenletsel
Oud of oude beenletsel
Goed of goede beenletsel
Wat rijmt er op beenletsel
Elk of elke: Elk beenletsel
Aanwijzend voornaamwoord: Dat beenletsel
Bezittelijk voornaamwoord: Ons beenletsel
Wat rijmt er op beenletsel
Buigings-e:
Mooi of mooie beenletsel
Groot of grote beenletsel
Half of halve beenletsel
Grappig of grappige beenletsel
Leeg of lege beenletsel
leuk of leuke beenletsel
Vet of vette beenletsel
Snel of snelle beenletsel
Wit of witte beenletsel
Klein of kleine beenletsel
Rood of rode beenletsel
Dik of dikke beenletsel
Oud of oude beenletsel
Goed of goede beenletsel
Wat rijmt er op beenletsel
Elk of elke: Elk beenletsel
Aanwijzend voornaamwoord: Dat beenletsel
Bezittelijk voornaamwoord: Ons beenletsel
Wat rijmt er op beenletsel
Oefening van de dag



