De of het boerenleventje?
Het boerenleventje
Is het de of het boerenleventje
In de Nederlandse taal gebruiken wij het boerenleventje.
Elke dag een e-mail ontvangen met de oefening?
English: farm life
Jou of jouw: jouw boerenleventje
Buigings-e:
Mooi of mooie boerenleventje
Groot of grote boerenleventje
Half of halve boerenleventje
Grappig of grappige boerenleventje
Leeg of lege boerenleventje
leuk of leuke boerenleventje
Vet of vette boerenleventje
Snel of snelle boerenleventje
Wit of witte boerenleventje
Klein of kleine boerenleventje
Rood of rode boerenleventje
Dik of dikke boerenleventje
Oud of oude boerenleventje
Goed of goede boerenleventje
Wat rijmt er op boerenleventje
Elk of elke: Elk boerenleventje
Aanwijzend voornaamwoord: Dat boerenleventje
Bezittelijk voornaamwoord: Ons boerenleventje
Wat rijmt er op boerenleventje
Buigings-e:
Mooi of mooie boerenleventje
Groot of grote boerenleventje
Half of halve boerenleventje
Grappig of grappige boerenleventje
Leeg of lege boerenleventje
leuk of leuke boerenleventje
Vet of vette boerenleventje
Snel of snelle boerenleventje
Wit of witte boerenleventje
Klein of kleine boerenleventje
Rood of rode boerenleventje
Dik of dikke boerenleventje
Oud of oude boerenleventje
Goed of goede boerenleventje
Wat rijmt er op boerenleventje
Elk of elke: Elk boerenleventje
Aanwijzend voornaamwoord: Dat boerenleventje
Bezittelijk voornaamwoord: Ons boerenleventje
Wat rijmt er op boerenleventje
Oefening van de dag



