De of het bootongeluk?
Het bootongeluk
Is het de of het bootongeluk
In de Nederlandse taal gebruiken wij het bootongeluk.
Elke dag een e-mail ontvangen met de oefening?
English: boating accident
Deutsch: Bootsunfall | Bekijk of het der of die Bootsunfall is.
Français: accident de bateau | Bekijk of het Le o La accident de bateau is.
Jou of jouw: jouw bootongeluk
Buigings-e:
Mooi of mooie bootongeluk
Groot of grote bootongeluk
Half of halve bootongeluk
Grappig of grappige bootongeluk
Leeg of lege bootongeluk
leuk of leuke bootongeluk
Vet of vette bootongeluk
Snel of snelle bootongeluk
Wit of witte bootongeluk
Klein of kleine bootongeluk
Rood of rode bootongeluk
Dik of dikke bootongeluk
Oud of oude bootongeluk
Goed of goede bootongeluk
Wat rijmt er op bootongeluk
Elk of elke: Elk bootongeluk
Aanwijzend voornaamwoord: Dat bootongeluk
Bezittelijk voornaamwoord: Ons bootongeluk
Wat rijmt er op bootongeluk
Buigings-e:
Mooi of mooie bootongeluk
Groot of grote bootongeluk
Half of halve bootongeluk
Grappig of grappige bootongeluk
Leeg of lege bootongeluk
leuk of leuke bootongeluk
Vet of vette bootongeluk
Snel of snelle bootongeluk
Wit of witte bootongeluk
Klein of kleine bootongeluk
Rood of rode bootongeluk
Dik of dikke bootongeluk
Oud of oude bootongeluk
Goed of goede bootongeluk
Wat rijmt er op bootongeluk
Elk of elke: Elk bootongeluk
Aanwijzend voornaamwoord: Dat bootongeluk
Bezittelijk voornaamwoord: Ons bootongeluk
Wat rijmt er op bootongeluk
Oefening van de dag



