De of het brandweerkleding?
De brandweerkleding
Is het de of het brandweerkleding
In de Nederlandse taal gebruiken wij de brandweerkleding.
Elke dag een e-mail ontvangen met de oefening?
English: fireman's clothing
Jou of jouw: jouw brandweerkleding
Buigings-e:
Mooi of mooie brandweerkleding
Groot of grote brandweerkleding
Half of halve brandweerkleding
Grappig of grappige brandweerkleding
Leeg of lege brandweerkleding
leuk of leuke brandweerkleding
Vet of vette brandweerkleding
Snel of snelle brandweerkleding
Wit of witte brandweerkleding
Klein of kleine brandweerkleding
Rood of rode brandweerkleding
Dik of dikke brandweerkleding
Oud of oude brandweerkleding
Goed of goede brandweerkleding
Wat rijmt er op brandweerkleding
Elk of elke: Elke brandweerkleding
Aanwijzend voornaamwoord: Die brandweerkleding
Bezittelijk voornaamwoord: Onze brandweerkleding
Wat rijmt er op brandweerkleding
Buigings-e:
Mooi of mooie brandweerkleding
Groot of grote brandweerkleding
Half of halve brandweerkleding
Grappig of grappige brandweerkleding
Leeg of lege brandweerkleding
leuk of leuke brandweerkleding
Vet of vette brandweerkleding
Snel of snelle brandweerkleding
Wit of witte brandweerkleding
Klein of kleine brandweerkleding
Rood of rode brandweerkleding
Dik of dikke brandweerkleding
Oud of oude brandweerkleding
Goed of goede brandweerkleding
Wat rijmt er op brandweerkleding
Elk of elke: Elke brandweerkleding
Aanwijzend voornaamwoord: Die brandweerkleding
Bezittelijk voornaamwoord: Onze brandweerkleding
Wat rijmt er op brandweerkleding
Oefening van de dag



