De of het cadeaukaart?
De cadeaukaart
Is het de of het cadeaukaart
In de Nederlandse taal gebruiken wij de cadeaukaart.
Elke dag een e-mail ontvangen met de oefening?
English: gift card
Deutsch: geschenkgutschein | Bekijk of het der of die geschenkgutschein is.
Français: carte-cadeau | Bekijk of het Le o La carte-cadeau is.
Jou of jouw: jouw cadeaukaart
Buigings-e:
Mooi of mooie cadeaukaart
Groot of grote cadeaukaart
Half of halve cadeaukaart
Grappig of grappige cadeaukaart
Leeg of lege cadeaukaart
leuk of leuke cadeaukaart
Vet of vette cadeaukaart
Snel of snelle cadeaukaart
Wit of witte cadeaukaart
Klein of kleine cadeaukaart
Rood of rode cadeaukaart
Dik of dikke cadeaukaart
Oud of oude cadeaukaart
Goed of goede cadeaukaart
Wat rijmt er op cadeaukaart
Elk of elke: Elke cadeaukaart
Aanwijzend voornaamwoord: Die cadeaukaart
Bezittelijk voornaamwoord: Onze cadeaukaart
Wat rijmt er op cadeaukaart
Buigings-e:
Mooi of mooie cadeaukaart
Groot of grote cadeaukaart
Half of halve cadeaukaart
Grappig of grappige cadeaukaart
Leeg of lege cadeaukaart
leuk of leuke cadeaukaart
Vet of vette cadeaukaart
Snel of snelle cadeaukaart
Wit of witte cadeaukaart
Klein of kleine cadeaukaart
Rood of rode cadeaukaart
Dik of dikke cadeaukaart
Oud of oude cadeaukaart
Goed of goede cadeaukaart
Wat rijmt er op cadeaukaart
Elk of elke: Elke cadeaukaart
Aanwijzend voornaamwoord: Die cadeaukaart
Bezittelijk voornaamwoord: Onze cadeaukaart
Wat rijmt er op cadeaukaart
Oefening van de dag



