De of het dagaarding?
De dagaarding
Is het de of het dagaarding
In de Nederlandse taal gebruiken wij de dagaarding.
Elke dag een e-mail ontvangen met de oefening?
English: dawn
Jou of jouw: jouw dagaarding
Buigings-e:
Mooi of mooie dagaarding
Groot of grote dagaarding
Half of halve dagaarding
Grappig of grappige dagaarding
Leeg of lege dagaarding
leuk of leuke dagaarding
Vet of vette dagaarding
Snel of snelle dagaarding
Wit of witte dagaarding
Klein of kleine dagaarding
Rood of rode dagaarding
Dik of dikke dagaarding
Oud of oude dagaarding
Goed of goede dagaarding
Wat rijmt er op dagaarding
Elk of elke: Elke dagaarding
Aanwijzend voornaamwoord: Die dagaarding
Bezittelijk voornaamwoord: Onze dagaarding
Wat rijmt er op dagaarding
Buigings-e:
Mooi of mooie dagaarding
Groot of grote dagaarding
Half of halve dagaarding
Grappig of grappige dagaarding
Leeg of lege dagaarding
leuk of leuke dagaarding
Vet of vette dagaarding
Snel of snelle dagaarding
Wit of witte dagaarding
Klein of kleine dagaarding
Rood of rode dagaarding
Dik of dikke dagaarding
Oud of oude dagaarding
Goed of goede dagaarding
Wat rijmt er op dagaarding
Elk of elke: Elke dagaarding
Aanwijzend voornaamwoord: Die dagaarding
Bezittelijk voornaamwoord: Onze dagaarding
Wat rijmt er op dagaarding
Oefening van de dag



