De of het deglaceren?
Het deglaceren
Is het de of het deglaceren
In de Nederlandse taal gebruiken wij het deglaceren.
Elke dag een e-mail ontvangen met de oefening?
English: deglaze
Deutsch: ablöschen | Bekijk of het der of die ablöschen is.
Français: déglacer | Bekijk of het Le o La déglacer is.
Jou of jouw: jouw deglaceren
Buigings-e:
Mooi of mooie deglaceren
Groot of grote deglaceren
Half of halve deglaceren
Grappig of grappige deglaceren
Leeg of lege deglaceren
leuk of leuke deglaceren
Vet of vette deglaceren
Snel of snelle deglaceren
Wit of witte deglaceren
Klein of kleine deglaceren
Rood of rode deglaceren
Dik of dikke deglaceren
Oud of oude deglaceren
Goed of goede deglaceren
Wat rijmt er op deglaceren
Elk of elke: Elk deglaceren
Aanwijzend voornaamwoord: Dat deglaceren
Bezittelijk voornaamwoord: Ons deglaceren
Wat rijmt er op deglaceren
Buigings-e:
Mooi of mooie deglaceren
Groot of grote deglaceren
Half of halve deglaceren
Grappig of grappige deglaceren
Leeg of lege deglaceren
leuk of leuke deglaceren
Vet of vette deglaceren
Snel of snelle deglaceren
Wit of witte deglaceren
Klein of kleine deglaceren
Rood of rode deglaceren
Dik of dikke deglaceren
Oud of oude deglaceren
Goed of goede deglaceren
Wat rijmt er op deglaceren
Elk of elke: Elk deglaceren
Aanwijzend voornaamwoord: Dat deglaceren
Bezittelijk voornaamwoord: Ons deglaceren
Wat rijmt er op deglaceren
Oefening van de dag



