De of het degusteren?
Het degusteren
Is het de of het degusteren
In de Nederlandse taal gebruiken wij het degusteren.
Elke dag een e-mail ontvangen met de oefening?
English: Tasting
Deutsch: Verkostung | Bekijk of het der of die Verkostung is.
Français: dégustation | Bekijk of het Le o La dégustation is.
Jou of jouw: jouw degusteren
Buigings-e:
Mooi of mooie degusteren
Groot of grote degusteren
Half of halve degusteren
Grappig of grappige degusteren
Leeg of lege degusteren
leuk of leuke degusteren
Vet of vette degusteren
Snel of snelle degusteren
Wit of witte degusteren
Klein of kleine degusteren
Rood of rode degusteren
Dik of dikke degusteren
Oud of oude degusteren
Goed of goede degusteren
Wat rijmt er op degusteren
Elk of elke: Elk degusteren
Aanwijzend voornaamwoord: Dat degusteren
Bezittelijk voornaamwoord: Ons degusteren
Wat rijmt er op degusteren
Buigings-e:
Mooi of mooie degusteren
Groot of grote degusteren
Half of halve degusteren
Grappig of grappige degusteren
Leeg of lege degusteren
leuk of leuke degusteren
Vet of vette degusteren
Snel of snelle degusteren
Wit of witte degusteren
Klein of kleine degusteren
Rood of rode degusteren
Dik of dikke degusteren
Oud of oude degusteren
Goed of goede degusteren
Wat rijmt er op degusteren
Elk of elke: Elk degusteren
Aanwijzend voornaamwoord: Dat degusteren
Bezittelijk voornaamwoord: Ons degusteren
Wat rijmt er op degusteren
Oefening van de dag



