De of het distribueren?
Het distribueren
Is het de of het distribueren
In de Nederlandse taal gebruiken wij het distribueren.
Elke dag een e-mail ontvangen met de oefening?
English: distribute
Deutsch: verteilen | Bekijk of het der of die verteilen is.
Français: distribuer | Bekijk of het Le o La distribuer is.
Jou of jouw: jouw distribueren
Buigings-e:
Mooi of mooie distribueren
Groot of grote distribueren
Half of halve distribueren
Grappig of grappige distribueren
Leeg of lege distribueren
leuk of leuke distribueren
Vet of vette distribueren
Snel of snelle distribueren
Wit of witte distribueren
Klein of kleine distribueren
Rood of rode distribueren
Dik of dikke distribueren
Oud of oude distribueren
Goed of goede distribueren
Wat rijmt er op distribueren
Elk of elke: Elk distribueren
Aanwijzend voornaamwoord: Dat distribueren
Bezittelijk voornaamwoord: Ons distribueren
Wat rijmt er op distribueren
Buigings-e:
Mooi of mooie distribueren
Groot of grote distribueren
Half of halve distribueren
Grappig of grappige distribueren
Leeg of lege distribueren
leuk of leuke distribueren
Vet of vette distribueren
Snel of snelle distribueren
Wit of witte distribueren
Klein of kleine distribueren
Rood of rode distribueren
Dik of dikke distribueren
Oud of oude distribueren
Goed of goede distribueren
Wat rijmt er op distribueren
Elk of elke: Elk distribueren
Aanwijzend voornaamwoord: Dat distribueren
Bezittelijk voornaamwoord: Ons distribueren
Wat rijmt er op distribueren
Oefening van de dag



